Awel, mijn ouders zijn gescheiden

Project type: 
Onderzoeksproject
Project fase: 
Lopend
Partners: 
Awel
Looptijd: 
September 2014 - februari 2016

Het onderzoek

Het Kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen en Awel bundelden in september 2014 de krachten voor de opmaak van een nieuw onderzoeksrapport (hier downloaden). Voor de kwalitatieve analyse baseerden de onderzoekers zich op 145 chatgesprekken die door de beantwoorders van Awel in het jaar 2013 werden geregistreerd onder de thema’s contact na scheiding en nieuw samengestelde gezinnen.

Het onderzoek richt zich op twee belangrijke onderzoeksvragen:

1) Welke problemen halen kinderen en jongeren aan in de context van een scheiding of nieuw samengesteld gezin?

2) Hoe gaan kinderen en jongeren om met de veranderingen die gepaard gaan met de scheiding of het leven in een nieuw samengesteld gezin? Welke beschermende factoren halen ze aan?

De onderzoeksgroep

De kinderen en jongeren die in beeld komen in dit onderzoeksrapport maken duidelijk een moeizame aanpassing doormaken. Ze worstelen met moeilijke gevoelens en vertonen signaalgedrag. Het zijn niet de kinderen en jongeren (75 à 80 %) die na een periode van aanpassing een nieuw evenwicht bereiken. De kinderen die contact opnamen met Awel worstelen, ook lange tijd nadat de scheidingsgebeurtenis plaatsvond met moeilijke gevoelens. De relatie met hun ouders en hun omgeving staat ernstig onder druk. Vaak vallen deze kinderen en jongeren in ander onderzoek uit de boot, bijvoorbeeld omdat de ouders de toestemming moeten geven aan onderzoekers om hun minderjarige kinderen te interviewen. In dit onderzoek geven we wél een stem aan die kinderen en jongeren en zetten we hun beleving centraal. Net omdat het om een ‘moeilijke groep’ gaat –moeizame aanpassing en moeilijk bereikbaar- is het onderzoek voor de praktijk en het beleid relevant.

Wat vertellen kinderen en jongeren aan Awel?

Kinderen en jongeren vertellen over praktische en financiële gevolgen die een grote impact hebben op hun leven. Velen vertellen dat ook bij de verblijfsregeling hun stem niet wordt gehoord. Kinderen en jongeren vragen zich af hoe hun perspectief voldoende aandacht kan krijgen.Ze willen weten hoe en bij wie ze met hun verhaal en wensen terecht kunnen.

Voor sommige kinderen zijn aanvullend problemen aanwezig in de relatie tussen kind en ouders. Kinderen en jongeren geven aan dat ze lijden onder het conflict en dat ze niet willen kiezen. Anderen hebben geen contact meer met één van de ouders en hebben het gevoel dat ze vervreemden. Sommige kinderen en jongeren krijgen te maken met ouders die weinig beschikbaar zijn en nemen zelf verantwoordelijkheden op die niet passen binnen hun ontwikkeling. Wanneer de ouder een nieuwe partnerrelatie aangaat, vinden kinderen en jongeren vaak dat ze (te) weinig tijd krijgen om te wennen aan de nieuwe situatie.

De verhalen maken duidelijk dat het voor deze groep kinderen moeilijk en/of bijna onmogelijk is om binnen het spanningsveld van de verschillende, vaak strijdende belangen, een veilige en betrouwbare plek te vinden.

Uit het onderzoek blijkt ook dat wanneer kinderen en jongeren een cognitieve copingstrategie hanteren, ze erin slagen om betekenis te geven aan het gedrag van de ouders. Dit maakt de situatie voor hen minder verwarrend. Het helpt hen om zich minder schuldig en verantwoordelijk te voelen en de nodige afstand in te bouwen. Omwille van heftige emoties en de loyaliteit naar de ouders slagen kinderen hier niet altijd zelf in. Het is de opdracht van de verschillende betrokken actoren rondom het kind om hen hierbij te helpen.