Prenatale screening en diagnostiek, een morele imperatief ?

Project type: 
Onderzoeksproject
Project fase: 
Afgelopen
Partners: 
KAHO Sint-Lieven (opleiding Vroedkunde); Vrije Universiteit Brussel (Centrum voor Ethiek)
Looptijd: 
November 2011 - December 2013

Financiering: PWO

Een gezinswetenschappelijk kader voor het omgaan met ethische problemen bij de toenemende technologische mogelijkheden van prenatale diagnose.

De mogelijkheden om prenataal afwijkingen op te sporen bij ongeborenen zijn sterk toegenomen. Hoe kunnen gezinnen de ethische en psychische  gevolgen van deze toepassingen afwegen om tot een 'goede' beslissing te komen voor alle gezinsleden? 
Welke houding nemen de betrokken hulpverleners aan om gezinnen de nieuwe informatie over te brengen en hen te ondersteunen in hun reproductieve beslissingen?

De antwoorden op deze probleemstellingen geven ons meer inzicht in het beslissingsproces rond PND van gezinnen en de rol van de hulpverlener hierbij. Om een antwoord te zoeken op de algemene probleemstelling, stellen wij de volgende concrete onderzoeksvragen:

Welke zijn de ethische en psychologische gevolgen van de evolutie in de prenatale diagnostiek? (literatuurstudie)
Welke zijn de waarden en houdingen van hulpverleners in Vlaanderen betrokken bij de prenatale screening en diagnose, tegenover de huidige praktijk en evolutie van de prenatale screening en diagnostiek? (empirisch onderzoek bij vroedvrouwen, huisartsen (die zwangerschappen begeleiden) en gynaecologen)
Op welke wijze informeren hulpverleners hun patiënten over prenatale screening en diagnose?
Welke zijn de waarden en houdingen tegenover prenatale screening en diagnose van gezinnen met en zonder een erfelijke belasting?